Elke maand stelt het Natuurhistorisch en Volkenkundig Museum te Oudenbosch een bijzonder object in de schijnwerpers. Deze maand: de oehoe.

 

Eind februari werd Purmerend wereldnieuws vanwege een uil. Deze oehoe viel mensen aan en stond al gauw bekend als de ‘terreur-uil’. Reden om dit dier eens uit te lichten.

 

De oehoe behoort tot de grootste in Nederland voorkomende uilensoort – zelfs van de wereld - en heeft een vleugelspanwijdte van 160 tot 188 cm. Zijn naam dankt de vogel aan zijn roepgeluid. Vooral in de late winter laat het mannetje zijn imposante "Oehoe"-roep horen.

Mannetjes wegen 1,5 tot 3 kilo, vrouwtjes zijn forser en zwaarder in de schouders en kunnen wel  4 kilo wegen. Oehoes kunnen wel 75 jaar oud worden.

 

Zintuigen

De oren bevinden zich niet bij de zogenaamde oorpluimen, maar aan de zijkant van de kop en zijn asymmetrisch, niet op dezelfde hoogte. Hierdoor traceert de oehoe exact de locatie van een geluid.

Oehoes zien, in tegenstelling tot andere uilen, ook overdag goed. (Dat hebben enkele mensen uit Purmerend dus kunnen ervaren.) De ogen kunnen niet bewegen in de oogkassen, maar de oehoe heeft 14 halswervels en kan daardoor de kop meer dan 180 graden draaien.

Met zijn goed gehoor en zicht kan de oehoe kleine prooien van veraf opsporen.

 

Het museum heeft een oehoe staan in de uilenvitrine. Naast het opgezette exemplaar staat ook een geprepareerd skelet. Zonder jasje blijft er niet veel van de imposante vogel over.

Dit oehoeskelet is het beeldmerk van het museum.

 

Dit object staat de hele maand maart centraal. Bekijk de oehoe van dichtbij in het Natuurhistorisch en Volkenkundig Museum en ontdek nog véél meer.